Laaggeschoolden

Door veranderingen in de samenleving, zoals mondialisering, de openstelling van grenzen en een toenemende flexibilisering, is de samenstelling van de groep werknemers dat laaggeschoold en risicovol werk doet sterk veranderd. Deze groep bestaat steeds vaker uit arbeidskrachten uit de nieuw toegetreden EU-lidstaten. Laaggeschoolde medewerkers zijn vaak kwetsbaar op de arbeidsmarkt en hebben een groter risico op een arbeidsongeval dan hoger opgeleide medewerkers.

Laaggeschoold werk is werk waarvoor een lager opleidingsniveau dan MBO-2 is vereist. Vaak is dit risicovol werk. Het gaat om werkzaamheden waarbij werknemers bloot worden gesteld aan gevaarlijke stoffen, kans hebben op vallen van hoogtes, gevaarlijke machines bedienen, zware fysieke belasting ervaren tijdens het werk of in aanraking (kunnen) komen met agressie op de werkvloer.

Laaggeschoold en risicovol werk wordt vaak uitgevoerd door medewerkers met betrekkelijk weinig perspectief op ander, minder risicovol werk. Bovendien worden deze medewerkers vaak ingezet voor flexibel werk. Dat maakt dat er al snel sprake is van een verstoorde machtsbalans.

TNO doet, in afstemming met het ministerie van SZW, onderzoek naar instrumenten om de arbeidsveiligheid voor deze groepen te verbeteren. Zo heeft TNO een vragenlijst opgesteld waardoor inzicht verkregen kan worden in hoeverre de veiligheidsactiviteiten binnen een bedrijf afgestemd zijn op laaggeschoolden.

In het boek “Lager opgeleiden in beweging. Employability van lager opgeleiden, aanbevelingen en praktijkvoorbeelden” geeft TNO advies aan leidinggevenden om lager opgeleiden te motiveren voor leren en met succes scholing te laten volgen.

Stuur door